Eindterm 11 · theorie
Nationale en internationale gebruiksregels en procedures
Q-codes, afkortingen, noodverkeer, IARU-bandplan, gedragsregels, verbindingsprocedures en roepletters.
Deze eindterm gaat over hoe je als radiozendamateur in de praktijk op de band werkt: de codes en afkortingen, rapporten, het spellingsalfabet, noodverkeer, het IARU-bandplan, verbindingsprocedures, gedragsregels en de opbouw van Nederlandse roepletters. Sinds 1 december 2024 vallen de gedragsregels (IARU-aanbevelingen en verbindingsprocedures) voor het N-examen onder toetsterm 11.1.
Q-codes
Q-codes zijn drieletterige codes uit het ITU-Radioreglement. Met een vraagteken zijn ze een vraag ("QRM?" = "Wordt u gestoord?"), zonder vraagteken een antwoord of mededeling ("QRM" = "Ik word gestoord"). Leer voor het examen de originele betekenis, niet het informele amateurgebruik ("een QSO", "QRT gaan").
| Code | Als vraag | Als antwoord of mededeling |
|---|---|---|
| QRK | Wat is de leesbaarheid van mijn signalen? | De leesbaarheid van uw signalen is … (1–5) |
| QRM | Wordt u gestoord? | Ik word gestoord (bedoeld: door andere stations of door mensen veroorzaakte storing; de ITU-tekst zegt formeel: 'Wordt mijn uitzending gestoord?' / 'Uw uitzending wordt gestoord (1–5)') |
| QRN | Heeft u last van luchtstoringen (atmosferische storingen)? | Ik heb last van luchtstoringen |
| QRO | Zal ik het zendvermogen verhogen? | Verhoog het zendvermogen |
| QRP | Zal ik het zendvermogen verminderen? | Verminder het zendvermogen |
| QRT | Zal ik ophouden met zenden? | Houd op met zenden |
| QRV | Bent u gereed (beschikbaar)? | Ik ben gereed |
| QRX | Wanneer roept u mij weer? | Ik roep u om … weer (wacht) |
| QRZ | Door wie word ik geroepen? | U wordt geroepen door … |
| QSB | Verandert de sterkte van mijn signalen? | De sterkte van uw signalen verandert (fading) |
| QSL | Wilt u de ontvangst bevestigen? | Ik bevestig de ontvangst |
| QSO | Kunt u rechtstreeks met … verbinding maken? | Ik kan rechtstreeks met … verbinding maken |
| QSY | Zal ik op een andere frequentie gaan zenden? | Ga op een andere frequentie zenden |
| QTH | Wat is uw positie? | Mijn positie is … |
Handig om ook te kennen: QRL? ("Is de frequentie bezet?", in CW gebruikt vóór je gaat roepen), QRG (de exacte frequentie), QRQ ("Zal ik sneller seinen?" / "Sein sneller") en QRS ("Zal ik langzamer seinen?" / "Sein langzamer"). Ezelsbruggetje: QRQ = Quick (sneller), QRS = Slow (langzamer). Verwar ze niet met QRV (gereed).
Ezelsbruggetje: QRM = Mensen (andere stations), QRN = Natuur (onweer, atmosfeer).
Afkortingen
| Afkorting | Betekenis |
|---|---|
| CQ | Algemene oproep aan alle stations |
| DE | "Van": PA3ABC DE PD1XYZ = PD1XYZ roept PA3ABC |
| K | Uitnodiging om te zenden (over) |
| KN | Alleen het aangeroepen station mag antwoorden |
| AR | Einde van het bericht |
| SK | Einde van de verbinding |
| BK | Onderbreken (break) |
| R | Ontvangen (begrepen) |
| PSE | Alstublieft |
| UR | Uw |
| MSG | Bericht |
| RX / TX / TRX | Ontvanger / zender / zendontvanger |
| CW | Ongemoduleerde draaggolf; ook de gangbare naam voor morsetelegrafie |
| RST | Readability, Strength, Tone |
| 73 | Groeten (dus niet "veel 73") |
RST-systeem
Met het RST-rapport geef je de tegenpartij een eerlijk beeld van zijn signaal.
| Letter | Betekenis | Schaal | Voorbeelden |
|---|---|---|---|
| R | Leesbaarheid | 1–5 | 1 = onleesbaar, 3 = leesbaar met moeite, 5 = volkomen leesbaar |
| S | Signaalsterkte | 1–9 | 1 = nauwelijks hoorbaar, 5 = vrij goed, 9 = zeer sterk |
| T | Toonzuiverheid | 1–9 | 9 = zuivere toon, 5 = duidelijke wisselstroombrom, 1 = uiterst slecht |
- In telefonie (EZB (SSB), FM, AM) geef je alleen R en S: "5 en 9", "5 en 3".
- In CW en bij digitale modes geef je RST: "599".
Spellingsalfabet
De Nederlandse regels schrijven bij het spellen van roepletters dit internationale alfabet voor (zie ook eindterm 12):
Alfa, Bravo, Charlie, Delta, Echo, Foxtrot, Golf, Hotel, India, Juliett, Kilo, Lima, Mike, November, Oscar, Papa, Quebec, Romeo, Sierra, Tango, Uniform, Victor, Whiskey, X-ray, Yankee, Zulu.
Gebruik geen zelfbedachte of nationale spelwoorden (zoals "Pieter" of "Dirk"), en niet afwisselend verschillende woorden voor dezelfde letter. PD1XYZ wordt dus "Papa Delta één X-ray Yankee Zulu".
Noodsignalen en noodverkeer
- Het internationale noodsignaal is in radiotelegrafie SOS (
· · · – – – · · ·, aaneengesloten geseind, zonder letterspaties) en in radiotelefonie MAYDAY. - Valse of bedrieglijke noodsignalen uitzenden is verboden.
- Hoor je noodverkeer?
- Ga eerst na of de oproep al door een ander station wordt beantwoord.
- Stoor of hinder lopend noodverkeer nooit; zend dan zelf niet.
- Wordt de oproep niet beantwoord: noteer roepnaam, positie, frequentie en mode en welke hulp nodig is, en waarschuw de bevoegde instanties (in Nederland 112). Zij handelen de hulpverlening af.
- Op een repeater zeg je "break" alleen in een noodgeval.
- IARU Regio 1 heeft noodfrequenties ("Emergency Centre of Activity"). Op de N-banden zijn dat 7,110 MHz (Regio 1) en 14,300 MHz (wereldwijd). Houd die vrij als er noodverkeer is.
Communicatie bij rampen
Het Radioreglement moedigt landen aan om radioamateurs voor te bereiden op communicatie bij rampen. Berichten voor derden (niet-amateurs) over de landsgrenzen zijn alleen toegestaan bij noodsituaties en hulp bij rampen. In Nederland organiseert DARES (Dutch Amateur Radio Emergency Service) de noodcommunicatie door amateurs; DARES gebruikt onder andere de roepletters PI9D.
IARU-bandplannen
De IARU (International Amateur Radio Union) stelt per regio bandplannen op. Een bandplan is een aanbeveling ("gentlemen's agreement") en geen wet: de Nederlandse regeling legt voor N geen modes of segmenten vast. Toch volg je het bandplan, zodat iedereen met zo weinig mogelijk onderlinge storing kan werken. Niemand heeft een exclusief recht op een frequentie.
Zijband bij telefonie: onder 10 MHz LSB, boven 10 MHz USB. Op 40 m dus LSB, op 20 m en 10 m USB. Een USB-signaal ligt ongeveer 3 kHz boven de ingestelde frequentie, een LSB-signaal 3 kHz eronder. Daarom is de hoogste USB-instelling op 20 m 14,347 MHz en de laagste LSB-instelling op 40 m 7,053 MHz.
40, 20 en 10 meter
| Band | CW | Smalband / digitaal | Telefonie (all modes) | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|
| 40 m (7,0–7,2 MHz) | 7,000–7,040 | 7,040–7,050 | 7,050–7,200 all modes (7,050–7,060 vooral digimodes; laagste LSB-instelling 7,053) | 7,110 noodcentrum Regio 1; 7,175–7,200 voorrang intercontinentaal (DX) |
| 20 m (14,0–14,35 MHz) | 14,000–14,070 | 14,070–14,099 | 14,112–14,350 (USB) | 14,099–14,101 alleen bakens; 14,195 ± 5 kHz voorrang DX-pedities; 14,230 SSTV; 14,300 noodcentrum |
| 10 m (28,0–29,7 MHz) | 28,000–28,070 | 28,070–28,190 | 28,320–29,100 (USB) | 28,190–28,225 alleen bakens; 29,100–29,200 FM simplex; 29,600 FM-aanroep; repeaters 29,520–29,590 in / 29,620–29,700 uit |
CW is overal toegestaan, behalve in de bakensegmenten. Op de DX-vensters maak je geen lokale verbindingen.
2 meter en 70 centimeter
| Frequentie | Gebruik |
|---|---|
| Vanaf 144,025 MHz (onderin de band) | Alleen CW (144,050 MHz = CW-centrum) |
| 144,150–144,400 MHz | CW, EZB (SSB) en digitale modes; 144,300 MHz = EZB-aanroep |
| 144,400–144,490 MHz | Alleen bakens |
| 144,800 MHz | APRS |
| 144,975–145,194 MHz | Repeaterinvoer |
| 145,206–145,5625 MHz | FM-simplex; 145,500 MHz = FM-aanroepkanaal |
| 145,575–145,7935 MHz | Repeateruitvoer |
| 145,800–146,000 MHz | Alleen satellieten |
| 432,200 MHz | EZB-centrum 70 cm |
| 433,500 MHz | FM-aanroepkanaal 70 cm |
Na contact op een aanroepfrequentie ga je naar een andere frequentie (QSY), zodat het aanroepkanaal vrij blijft.
Repeaters
- 2 m: repeatershift −600 kHz. Je zendt 600 kHz lager dan de repeater uitzendt. Voorbeeld: repeater zendt op 145,650 MHz → jij zendt op 145,650 − 0,600 = 145,050 MHz.
- 70 cm in Nederland: de meeste FM-repeaters zenden tussen 430,025 en 430,375 MHz; jij zendt dan 1,6 MHz hoger. Voorbeeld: uitvoer 430,250 MHz → invoer 431,850 MHz.
- Toegang vaak met een CTCSS-toon of een 1750 Hz-toonstoot.
- Wacht na een over op de piep of het wegvallen van de draaggolf, laat ruimte voor anderen en houd het kort. Verbindingen die simplex kunnen, doe je simplex.
Verbindingsprocedures
Voordat je zendt
- Luister eerst een tijdje of de frequentie vrij is; breek nooit in op een lopend QSO.
- Vraag daarna "Is deze frequentie in gebruik?" (in CW:
QRL?). Ook als je niets hoorde: een station in je skipzone hoor jij niet, maar de tegenpartij van dat station misschien wel. - Stem je zender af op een kunstantenne en niet op een bezette frequentie.
CQ roepen en antwoorden
- Houd een CQ kort; liever meerdere korte oproepen dan één lange. Noem je roepletters een paar keer, ook gespeld.
- Bij het noemen van roepletters komt eerst de tegenpartij, dan jijzelf: "PA3ABC van PD1XYZ" (in CW:
PA3ABC DE PD1XYZ). - Eindig een CQ niet met "over" of met "QRZ?": er heeft je dan nog niemand geroepen.
- CQ DX betekent op HF: verbindingen met andere continenten (op VHF/UHF: grote afstand). Ben je zelf geen DX voor dat station, antwoord dan niet. Antwoord ook niet op een gerichte CQ (een bepaald land of gebied) als je daar niet bij hoort.
- In een pile-up: geef één keer je volledige roepletters (een deel van je roepletters is niet toegestaan), roep niet aan als je het DX-station niet goed hoort, volg de instructies (bijv. split) en roep niet tussendoor ("tail-ending").
Tijdens en na het QSO
- Geef een eerlijk RS(T)-rapport.
- Gebruik UTC in verbindingen met buitenlandse stations.
- Gebruik het spellingsalfabet en houd je overs kort.
- Noem je roepletters volgens de regels (begin, einde en minstens elke 5 minuten, zie eindterm 12).
- Afsluiten: "PD1XYZ sluit af met PA3ABC en luistert" of "… en gaat QRT". Zeg niet "over en uit": "over" nodigt de ander uit om te zenden en "uit" beëindigt de verbinding, dat spreekt elkaar tegen.
Gedragsregels en ethiek
Het boekje "Ethiek en operationele procedures voor de radioamateur" (ON4UN en ON4WW, door de IARU aanvaard als standpunt, te downloaden via de VERON) geeft de basis:
- Sociaal gevoel, verdraagzaamheid en hoffelijkheid: geen onbehoorlijke taal, en help minder ervaren amateurs op een positieve manier in plaats van ze belachelijk te maken.
- Onderwerpen die je vermijdt: godsdienst, politiek, commercie/reclame, discriminerende opmerkingen en aangebrande humor.
- Vermogen: gebruik niet meer vermogen dan nodig is om de verbinding te maken en te houden.
- Techniek: controleer je apparatuur regelmatig; vermijd overmodulatie en splatter.
- Storing: als je op storing bij anderen wordt gewezen, werk je mee aan een oplossing. Je examen is geen excuus om je aan je verantwoordelijkheid te onttrekken (zie ook eindterm 9). Je zoekt eerst samen met de betrokkene naar een oplossing.
- Speel geen "frequentiepolitie" en spot jezelf niet op een DX-cluster.
- De amateur is volgens de oude "Radio Amateur's Code" voorkomend, trouw, progressief, vriendschappelijk en evenwichtig: de hobby gaat niet vóór gezin, werk of school.
Andere diensten
Je deelt het spectrum met andere radiodiensten, en je zender kan ook hun ontvangers storen. Gewenst gedrag:
- Je maakt geen verbindingen met stations van andere diensten (CB, PMR446, taxi- of vissersverkeer, piraten), ook niet om ze te vragen te vertrekken (zie eindterm 12).
- Hoor je een station van een andere dienst op een amateurband (een indringer, intruder), reageer dan niet en stoor het niet terug. Je kunt het melden bij het IARU Monitoring System (IARUMS) van IARU Regio 1.
- Waar de amateurdienst secundair is (voor N: 436–440 MHz), geef je altijd voorrang aan de primaire gebruiker.
- Je voorkomt ontoelaatbare storing in andere apparatuur en diensten, ook buiten de amateurbanden (harmonischen, zie eindterm 5 en 9).
Roepletters in Nederland
De ITU heeft Nederland de reeks PAA–PIZ toegewezen (Caribisch Nederland gebruikt PJ). Een roepnaam bestaat uit een prefix (twee letters en een cijfer) en een suffix van 1 tot 3 letters. De suffixen SOS en QOA–QUZ worden niet uitgegeven, omdat ze met noodsignalen en Q-codes verward kunnen worden.
| Prefix | Cijfer | Voor |
|---|---|---|
| PA, PB, PC, PE, PF, PG, PH | 0–5, 7–9 | Individuele F-amateurs |
| PD | 0–5, 7–9 | Individuele N-amateurs (bijv. PD1XYZ) |
| PA–PH, PD | 6 (of 2–4 cijfers) | Bijzondere roepletters (evenementen, contests) |
| PI | 1–3, 6, 8 | Relaisstations (repeaters) |
| PI | 4 | Verenigingen en stichtingen van amateurs |
| PI | 5 | Onderwijsinstellingen |
| PI | 7 | Bakens |
| PI | 9 | Overig (bijv. DARES: PI9D) |
Bij persoonlijke roepletters zegt het cijfer niets over de categorie (behalve 6 = bijzondere roepletters). De categorie zie je aan de tweede letter: PD = N. De P zegt alleen dat het om Nederland gaat. PZ hoort niet bij Nederland maar bij Suriname.
Je roepletters blijven aan jou verbonden. Dezelfde roepletters mogen niet tegelijk vanaf meerdere locaties worden gebruikt.
Bijzondere roepletters
Voor een evenement kun je bij de RDI een bijzondere roepnaam aanvragen (vaak met het cijfer 6, zoals PD6…). Die geldt voor één evenement, maximaal een jaar, alleen in Nederland, en je gebruikt hem niet tegelijk met je eigen roepletters.
Buitenlandse amateurs in Nederland
- Met een CEPT-licentie (Full, T/R 61-01) zet een bezoeker PA/ voor zijn eigen roepletters, bijvoorbeeld PA/DL1ABC.
- Met een CEPT-Novicelicentie (ECC/REC (05)06) zet een bezoeker PD/ voor zijn eigen roepletters, bijvoorbeeld PD/DO1ABC, en gebruikt hij de N-banden.
- Zo'n bezoeker heeft geen aparte Nederlandse vergunning nodig. Komt iemand uit een land dat niet aan deze regelingen meedoet, dan vraagt hij bij de RDI een gastvergunning aan.
Examentips
- QRM = storing door mensen/andere stations, QRN = natuurlijke (atmosferische) storing, QSB = fading.
- Met vraagteken = vraag; zonder = mededeling.
- In fonie alleen RS ("5 en 9"), in CW RST ("599"). R gaat tot 5, S en T tot 9.
- DE = van: eerst de geroepene, dan de roeper. Je eigen roepletters komen als laatste.
- SOS (telegrafie) en MAYDAY (telefonie). Noodverkeer nooit storen.
- Aanroep 2 m: 145,500 MHz FM, 144,300 MHz EZB. Repeater 2 m: zenden 600 kHz lager. 70 cm NL-repeater: zenden 1,6 MHz hoger.
- LSB onder 10 MHz (40 m), USB erboven (20 m en 10 m).
- Bandplan = aanbeveling, geen wet, maar wel netjes volgen.
- PD = N-amateur, PI4 = vereniging, cijfer 6 = bijzondere roepletters. Buitenlandse N-bezoeker: PD/-eigen roepletters.
- Pas op met oude oefenvragen: N heeft sinds juni 2021 de volledige 40, 20 en 10 m met 100 W.