Eindterm 12 · theorie
Regelgeving amateurdienst en amateursatellietdienst
ITU Radioreglement, CEPT ECC/REC (05)06, Telecommunicatiewet, EMC-richtlijn en de Regeling met meldingsplicht.
Deze eindterm gaat over de regels waaronder je als radiozendamateur zendt: internationaal (ITU-Radioreglement en de CEPT-aanbeveling voor tijdelijk gebruik in het buitenland), Europees (de EMC-richtlijn) en nationaal (Telecommunicatiewet en de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015). Let op: veel oude oefenvragen gaan uit van regels van vóór juni 2021. Gebruik alleen de huidige regels hieronder.
ITU en het Radioreglement
De ITU (International Telecommunication Union, Genève) is een VN-organisatie. In het Radioreglement (Radio Regulations) legt de ITU onder meer de verdeling van de frequenties over de radiodiensten vast, en ook de Q-codes en de klassen van uitzending. Nederland is lid. De IARU vertegenwoordigt de radioamateurs bij de ITU als waarnemer.
Definitie amateurdienst en radioamateur
- Amateurdienst (RR 1.56): een radiodienst voor zelfontwikkeling, onderlinge communicatie en technische onderzoekingen, uitgevoerd door radioamateurs: bevoegde personen die zich interesseren voor de radiotechniek, uitsluitend uit persoonlijke belangstelling en zonder geldelijk belang.
- Daarnaast bestaat de amateursatellietdienst: dezelfde doelen, maar met ruimtestations (satellieten).
- De Nederlandse regeling omschrijft de radiozendamateur als "degene die vanuit een persoonlijke belangstelling en zonder financieel oogmerk gebruik maakt van frequentieruimte ten behoeve van het opdoen van vaardigheden, het communiceren via de radio en het doen van technische onderzoekingen."
Artikel 25 van het Radioreglement
Artikel 25 bevat de kernregels voor de amateurdienst:
| Nummer | Kern |
|---|---|
| 25.1 | Verbindingen met amateurs in andere landen zijn toegestaan, tenzij een betrokken land bezwaar maakt. |
| 25.2 | Die verbindingen blijven beperkt tot het doel van de amateurdienst en opmerkingen van persoonlijke aard. |
| 25.2A | Berichten mogen niet gecodeerd worden om de betekenis te verbergen. Uitzondering: stuursignalen voor amateursatellieten. |
| 25.3 | Berichten voor derden over de landsgrenzen alleen bij noodsituaties en hulp bij rampen (landen kunnen hier verder afspraken over maken). |
| 25.5–25.6 | Elk land bepaalt zelf of morsekennis nodig is (in Nederland niet) en toetst de bekwaamheid (het examen). |
| 25.7 | Elk land stelt zelf het maximale zendvermogen vast. |
| 25.9 | Roepletters moeten met korte tussenpozen worden uitgezonden. |
| 25.9A | Landen worden aangemoedigd amateurs voor te bereiden op communicatie bij rampen. |
| 25.9B | Een land mag buitenlandse amateurs tijdelijk toelaten. |
ITU-regio's
De ITU verdeelt de wereld in drie regio's, met (iets) verschillende frequentieverdelingen:
- Regio 1: Europa, Afrika, het Midden-Oosten (met Irak en het Arabisch Schiereiland, maar zonder Iran), Rusland (ook het Aziatische deel) en de andere landen van de voormalige Sovjet-Unie, en Mongolië. Nederland ligt in regio 1.
- Regio 2: Noord- en Zuid-Amerika.
- Regio 3: de rest van Azië (o.a. China, India, Japan en Iran) en Oceanië (Australië, Nieuw-Zeeland).
Zend je in het buitenland, houd dan rekening met verschillen tussen de regio's.
Klassen van uitzending
Een klasse van uitzending bestaat uit drie tekens:
- Eerste teken – modulatie van de hoofddraaggolf: N = ongemoduleerd, A = amplitudemodulatie dubbelzijband, H = EZB met volle draaggolf, R = EZB met verminderde draaggolf, J = EZB met onderdrukte draaggolf, C = restzijband, F = frequentiemodulatie, G = fasemodulatie.
- Tweede teken – aard van het modulerende signaal: 0 = geen modulatie, 1 = digitaal zonder hulpdraaggolf, 2 = digitaal met hulpdraaggolf (bijv. een gesleutelde toon), 3 = analoog (bijv. spraak).
- Derde teken – soort informatie: N = geen, A = telegrafie voor gehooropname, B = telegrafie voor automatische ontvangst (RTTY, PSK31), C = fax of SSTV, D = data, E = telefonie (spraak), F = televisie.
| Klasse | Betekenis |
|---|---|
| A1A | Morsetelegrafie (CW) door het aan- en uitschakelen van de draaggolf |
| A3E | AM-telefonie, dubbelzijband met draaggolf |
| J3E | EZB (SSB)-telefonie met onderdrukte draaggolf |
| F3E | FM-telefonie |
| F2A | Morse via een gesleutelde toon op een FM-zender |
| J2B | RTTY of PSK31 via een EZB-zender (toon uit de computer) |
| F2D | Packet-data via FM |
| F1B | RTTY door de draaggolffrequentie rechtstreeks te verschuiven (FSK), zonder hulpdraaggolf |
| F1D | Data via FM zonder hulpdraaggolf (toon): de bits verschuiven de draaggolffrequentie rechtstreeks (bijv. snelle packet radio) |
| J2A | Morse als toon via een EZB (SSB)-zender |
De eerste letter hangt af van de zender: een gesleutelde toon op een FM-zender is F2A, geen A1A. Muziek uitzenden is voor amateurs niet toegestaan.
CEPT en ECC/REC (05)06
De CEPT is het samenwerkingsverband van Europese telecomautoriteiten. Voor tijdelijk zenden in het buitenland zijn er twee aanbevelingen:
- T/R 61-01: de CEPT-licentie voor houders van een volledige (F) registratie.
- ECC/REC (05)06: de CEPT Novice Radio Amateur Licence, voor N-amateurs.
Tijdelijk zenden in het buitenland
Met je N-registratie mag je onder ECC/REC (05)06 tijdelijk zenden in de deelnemende landen:
- Alleen bij een tijdelijk verblijf en als je geen inwoner van dat land bent. Ga je er wonen, dan heb je een licentie van dat land nodig.
- Je gebruikt de banden die het gastland voor zijn novice-klasse toestaat, niet automatisch de Nederlandse N-banden. Je houdt je aan het Radioreglement en de regels van het gastland.
- Je roepletters: prefix van het gastland + "/" + je eigen roepletters. Voorbeelden: in Duitsland DO/PD1XYZ, in België ON/PD1XYZ.
- Neem je registratiebewijs en de Radio Amateur Station Licence (die je bij je registratie krijgt) mee en toon die op verzoek aan de autoriteiten.
- Je kunt geen bescherming tegen storing vragen.
Deelnemende landen (o.a.): Oostenrijk (OE), België (ON), Duitsland (DO), Denemarken (OZ), Hongarije (HA), Luxemburg (LX6), Polen, Portugal (CS7), Roemenië (YO), Slovenië (S5), Zwitserland (HB3), Tsjechië (OK) en Nederland (PD).
Ook enkele niet-CEPT-landen doen mee: de Verenigde Staten (equivalente klasse General), Aruba en Curaçao, Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Sint Maarten (daar maximaal 25 W, alleen VHF/UHF FM en digitaal).
Doet een land niet mee, dan vraag je daar vooraf een tijdelijke vergunning aan.
Telecommunicatiewet
De Telecommunicatiewet is de basis van de Nederlandse regels. Daaronder hangen het Frequentiebesluit 2013 en de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015.
- Art. 1.1 "Onze Minister": de minister van Economische Zaken (in de wettekst nog "Economische Zaken en Klimaat"). Het toezicht wordt uitgevoerd door de RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, tot 2023 Agentschap Telecom).
- Art. 1.1 "radioapparaat": een elektrisch of elektronisch product dat doelbewust radiogolven uitzendt of ontvangt voor radiocommunicatie of radiodeterminatie (plaatsbepaling, zoals radar), of dat daarvoor nog met een accessoire (bijv. een antenne) moet worden aangevuld. Een transceiver zonder microfoon, voeding en antenne is dus nog steeds een radioapparaat.
- Art. 15.3 – zendverbod: "Indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels ten aanzien van de aanleg of het gebruik van radioapparaten, is Onze Minister bevoegd om aan de houder van een desbetreffend radioapparaat een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen."
EMC-richtlijn
De Europese EMC-richtlijn 2014/30/EU (in Nederland uitgewerkt in het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016) definieert in artikel 3, lid 1, punt 4:
Elektromagnetische compatibiliteit: het vermogen van uitrusting om op bevredigende wijze in haar elektromagnetische omgeving te functioneren zonder zelf elektromagnetische verstoringen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor andere uitrusting in die omgeving.
EMC heeft dus twee kanten: het apparaat moet zelf goed werken in zijn omgeving én het mag andere apparatuur niet ontoelaatbaar storen.
Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015
Registratie en bevoegdheid
- Radiozendamateurs zenden zonder vergunning, maar met meldingsplicht: na je examen meld je je bij de RDI en krijg je een registratie met een bewijs van registratie en roepletters. Pas als je het registratiebewijs hebt, mag je zenden.
- Voor een repeater, een baken of een hoger vermogen is wel een aparte vergunning nodig (een N-amateur alleen binnen de N-banden; hoger vermogen alleen voor F).
- Een automatisch werkend station dat door anderen wordt gebruikt of geactiveerd (bijv. een relais of een packetknooppunt) mag je dus niet zomaar in de lucht brengen. Zonder zo'n vergunning bedien je je station zelf, of op afstand zó dat alleen jij het kunt bedienen (art. 10).
- Wie een radioapparaat bedient, moet het examen hebben dat bij dat frequentiegebruik hoort.
- Iemand zonder examen mag een amateurstation bedienen in directe aanwezigheid en onder verantwoordelijkheid van iemand die het juiste examen wel heeft. De geregistreerde blijft verantwoordelijk dat de regels worden nageleefd.
N-frequentiebanden en vermogen
| Band | Frequenties | Max. zendvermogen | Status |
|---|---|---|---|
| 40 m | 7,0 – 7,2 MHz | 100 W PEP | primair |
| 20 m | 14,0 – 14,35 MHz | 100 W PEP | primair |
| 10 m | 28,0 – 29,7 MHz | 100 W PEP | primair |
| 2 m | 144 – 146 MHz | 25 W PEP | primair |
| 70 cm | 430 – 436 MHz | 25 W PEP | primair |
| 70 cm | 436 – 440 MHz | 25 W PEP | secundair |
- Sinds 18 juni 2021 heeft N 100 W op de volledige 40 en 10 m. Op 20 m stond er door een verschrijving eerst 14,0–14,25 MHz; sinds 1 januari 2024 heeft N de volledige 20m-band (14,0–14,35 MHz). Vóór juni 2021 was het maximum voor N 25 W, op kleinere stukken (7,050–7,100 MHz en 14,0–14,25 MHz). Dat is verouderd.
- N heeft geen toegang tot andere banden (zoals 80 m, 15 m, 6 m of 23 cm). Er zijn geen voorgeschreven modes per band; het IARU-bandplan is een aanbeveling.
- PEP (Peak Envelope Power) is het gemiddelde vermogen tijdens één hf-periode op de top van de omhullende, gemeten op de uitgang van de zendertrap die met de antenne-inrichting is verbonden. Het gaat dus niet om het uitgestraalde vermogen (ERP) met antennewinst, en niet om het gelijkstroom-ingangsvermogen.
- Zelfbouw is toegestaan, ook voor N. Gebruik je een zelfgebouwde zender, dan zorg je zelf dat de ongewenste (hf-)uitstralingen onder de limieten van de regeling blijven (voetnoot 3 bij bijlage 1).
- Je betaalt jaarlijks een vergoeding voor je registratie. De minister haalt je registratie door op je eigen verzoek of als je de frequentieruimte niet meer gebruikt. Dat kan ook als je niet aan de regels voldoet of de vergoeding niet betaalt (art. 6).
Apparatuur en eigen verantwoordelijkheid
- Het verschil tussen een N- en een F-registratie zit alleen in de frequentiebanden en het maximale zendvermogen (bijlage 1). Bijlage 1 beperkt de klassen van uitzending alleen op twee F-banden (135,7–137,8 kHz: alleen A1A; 472–479 kHz: alleen A1A, F1A, G1A en J2A). Op de N-banden staat zo'n beperking niet, voor N en F allebei. N mag op zijn eigen banden dus dezelfde soorten uitzending gebruiken als F (CW, EZB (SSB), FM, digitaal, beeld).
- De regels gaan over hoe je zendt, niet over welke apparatuur je hebt. Een transceiver die meer kan (bijvoorbeeld 144–148 MHz en 50 W) mag je als N-amateur gebruiken, zolang jij ervoor zorgt dat je alleen binnen de N-banden en met hoogstens het toegestane vermogen zendt.
- Je bent zelf verantwoordelijk dat je uitzending, inclusief de zijbanden, binnen de band blijft. Zend dus niet precies op de bandgrens.
Primair en secundair
Bij een secundaire status geef je te allen tijde voorrang aan gebruikers met een primaire status: je mag hen niet storen. Voor N is dat het geval op 436–440 MHz.
Algemene voorschriften
- Het bewijs van registratie is aanwezig bij het radioapparaat.
- Bij secundair gebruik krijgt primair gebruik altijd voorrang.
- Je veroorzaakt geen ontoelaatbare storingen in andere apparatuur of ander frequentiegebruik.
- Je zendt geen valse of bedrieglijke alarmeringen, noodseinen of noodberichten uit.
Voorschriften voor radiozendamateurs
- Zelf bedienen: je bedient het station zelf. Ben je niet aanwezig (bediening op afstand, bijv. via internet), dan zorg je dat alleen jij het op afstand kunt bedienen.
- Geen media-aanbod of reclame (zoals bedoeld in de Mediawet 2008). Muziek of programma's uitzenden om anderen te laten luisteren is media-aanbod, dus ook niet toegestaan. Het woord 'muziek' staat sinds 2021 niet meer letterlijk in de regeling.
- Niet versleutelen: informatie wordt niet versleuteld verzonden.
- Alleen met andere amateurs: verbindingen alleen met stations in de amateur- of amateursatellietdienst. Dus geen verbindingen met CB-, PMR446- of LPD-gebruikers, piraten of andere diensten.
- Spellingsalfabet: bij het spellen van je roepletters gebruik je het voorgeschreven alfabet (Alfa, Bravo, Charlie …).
Identificatie
- Je roepletters zend je minstens bij het begin en het einde van elke uitzending en minstens eenmaal per 5 minuten.
- Een reeks kortdurende uitzendingen (snel heen en weer praten) geldt als één uitzending.
- Bij data- en beeldoverdracht (bijv. SSTV, RTTY) moeten je roepletters na demodulatie leesbaar zijn. Lukt dat technisch niet, dan identificeer je met spraak of morse.
Groepsevenementen, scholen en verenigingen
- Contest met een groepsstation: de deelnemers mogen de roepletters van één van de geregistreerden gebruiken.
- Vossenjacht (radioamateurpeilevenement) georganiseerd door een geregistreerde vereniging of stichting: de regel "zelf bedienen" geldt dan niet, dus de verstopte zenders mogen onbemand werken.
- Scouting (evenementen van Radio Scouting Nederland): aan de roepletters wordt een J toegevoegd.
- Onderwijsinstelling: alleen tijdens lesuren, geen wedstrijden, en een aangewezen amateur beheert het station.
- Vereniging of stichting: een aangewezen amateur met een geldig examen beheert het station.
Examentips
- N: 100 W PEP op de volledige 40, 20 en 10 m; 25 W PEP op 2 m en 70 cm. Alleen 436–440 MHz is secundair.
- Oude vragen met "25 W op HF" of "N mag pas vanaf 7,050 MHz" zijn verouderd.
- Identificeren: begin, einde en minstens elke 5 minuten.
- Registratiebewijs bij het apparaat. Niet-gediplomeerde mag zenden in jouw directe aanwezigheid en onder jouw verantwoordelijkheid.
- Verboden: versleutelen, reclame/media-aanbod, verbindingen met niet-amateurs, valse noodsignalen.
- In het buitenland (ECC/REC (05)06): prefix gastland + / + eigen roepletters, banden en regels van het gastland, alleen tijdelijk.
- Klassen: A1A = CW, A3E = AM, J3E = EZB (SSB), F3E = FM. Tweede teken 3 = analoog, derde teken E = telefonie.
- Nederland = ITU-regio 1.
- Zendverbod (art. 15.3): door de minister, geheel of gedeeltelijk, aan de houder van het radioapparaat.
- EMC = goed werken in je omgeving en anderen niet ontoelaatbaar storen.